Filigrein is een van de oudste zilversmid-technieken die er is — en een van de traagste. Hier lees je hoe een stuk van Ruby Fox tot stand komt, van ruwe draad tot afgewerkt sieraad.
Filigrein begint bij een enkele streng zilver, dunner getrokken dan een haar. Twee strengen worden in elkaar gedraaid, plat gewalst en daarna met een pincet tot krullen, spiralen en bladeren gevormd.
Elk krulletje wordt los in een raamwerk gelegd en met een vlam vastgesoldeerd — zonder lijm, zonder gietvorm. Eén paar oorbellen kost al snel een hele dag. Er wordt niets gegoten: elk stuk zilverdraad is met de hand op zijn plek gebracht, wat betekent dat geen twee stukken ooit precies hetzelfde zijn.
Na het solderen wordt elk stuk gepolijst, gecontroleerd en waar nodig verzilverd rondom een steen — zoals de carneool in de broche hiernaast. Niets verlaat het atelier zonder met de hand te zijn nagekeken.
Sterling zilver wordt door steeds kleinere gaatjes getrokken tot een draad dunner dan een haar.
Twee draden worden in elkaar gedraaid en vervolgens plat gewalst tot een fijn, geribbeld lint.
Met een pincet wordt het lint gebogen tot krullen, spiralen en bladvormen — elk uit de losse hand.
Elk krulletje wordt in het raamwerk gelegd en met een vlam vastgesoldeerd, stuk voor stuk.
Polijsten, controleren en waar nodig een steen zetten — pas dan is een stuk klaar voor gebruik.